Opinie – Slimme kilometerheffing en autodelen

Met de principiële beslissing van de Vlaamse regering in juli komt de slimme kilometerheffing terug een stapje dichterbij. De maatregel moet voor de broodnodige responsabilisering van het gebruik van auto’s zorgen, maar heeft ook een impact op autodelen. Flankerende maatregelen dringen zich daarom op.

In Vlaanderen wordt al jaren gesproken over het invoeren van een vorm van wegenheffing voor personenwagens. De regering onderzoekt momenteel nog twee pistes: een lokale heffing of een slimme kilometerheffing. Voor het zomerreces werd duidelijk dat er een principieel akkoord is om stappen te zetten richting een Vlaamse slimme kilometerheffing, maar de vraag is of dit praktisch en financieel haalbaar is. De beslissing hierover zal dit najaar nog vallen en dan is het aan de volgende regering om deze uit te voeren.

BROODNODIGE MAATREGEL

De insteek van de slimme kilometerheffing is zonder meer positief: door autogebruikers een duidelijke prijs per kilometer te laten betalen wil de wetgever de congestie op de wegen reduceren, het principe van ‘de gebruiker betaalt’ toepassen en externe kosten internaliseren. De prijs per kilometer zal vermoedelijk variëren al naar gelang het tijdstip, de locatie en het type wagen. Zo kan men sturen richting minder autokilometers tijdens de spits, op congestie gevoelige plaatsen en met vervuilende wagens. Om de kosten voor de gebruiker gemiddeld niet hoger te laten oplopen dan vandaag zullen de jaarlijkse verkeersbelasting en de belasting op inverkeerstelling vermoedelijk wegvallen. Vooral die laatste maatregel roept een aantal vragen op.

MINDER KILOMETERS MET MEER WAGENS

Momenteel heeft de belasting op inverkeerstelling (BIV) een (beperkt) afradend effect op de aankoop van nieuwe wagens. Deze belasting zorgt er mede voor dat auto-eigenaars, naast de kosten voor verzekering, onderhoud en andere taksen, behoorlijk wat betalen voor het louter bezit van een wagen. Toch blijkt deze hoge kost vandaag nog onvoldoende doorslaggevend te zijn om stil te staan bij irrationeel autobezit en daarentegen te kiezen voor autodelen. Daardoor worden we geconfronteerd met een almaar groeiend wagenpark dat steeds meer publieke ruimte inneemt. De afschaffing van de BIV kan deze trend mogelijk nog versterken. Het overmatig bezit van wagens is even nefast voor de leefbaarheid van onze steden en gemeenten als het overmatig gebruik ervan. Indien de BIV toch zou verdwijnen, moeten we overwegen om dit enkel te doen voor gedeelde wagens. Zo worden de bewezen positieve effecten van autodelen ook fiscaal ondersteund.

POTENTIËLE BEDREIGING VOOR AUTODELEN

De intrede van een slimme kilometerheffing roept een hele reeks vragen op, zowel voor de aanbieders van autodelen als voor de autodelers. Voor de operatoren zal het ingewikkelder worden om hun prijs transparant te communiceren. Momenteel rekenen aanbieders van autodelen meestal een prijs per tijdseenheid en/of per kilometer aan. De slimme kilometerheffing zal voor een extra prijsbepalende factor zorgen, één die bovendien nogal onzeker is. Om een inschatting te maken van de kostprijs zullen aanbieders er mogelijks voor opteren om standaard het duurste tarief door te rekenen aan hun klanten. Indien dit ook gebeurt in daluren en in meer rurale gebieden zal de privéwagen een onklopbare concurrent blijven voor de deelwagens, met alle gevolgen van dien.

 

We moeten erop toezien dat de slimme kilometerheffing de brede autodeelwereld niet onbedoeld met een (perceptie)probleem opzadelt. Een heldere en concurrentiële prijszetting zijn immers noodzakelijke voorwaarden om meer autobezitters te overtuigen van de voordelen van autodelen. Daarom moet er van bij het begin van de implementatie voldoende aandacht zijn voor de impact die de slimme kilometerheffing kan hebben op autodelen. Niet om autorijden goedkoper te maken voor autodelers, wel om de huidige omschakeling van autobezit naar autogebruik niet onnodig af te remmen.