Verover de ruimte en maak plaats!

650 kilometer aan nieuwe fietspaden, dat is het Parijse antwoord op het ruimtegebrek dat door de coronamaatregelen pijnlijk zichtbaar werd. De Parijse burgemeester Anne Hidalgo plant post-corona een mobiliteitsbeleid dat meer ruimte voorziet voor actieve weggebruikers. Opvallend is de uitspraak van de voorzitster van de regionale raad van Ile-de-France, Valérie Précresse: “La crise sanitaire actuelle nous oblige à repenser notre système de mobilité”. Tekenend, dat woord “oblige”. Waarom “dwingt” een gezondheidscrisis ons tot gedragsverandering en grijpen we nu pas de kans om de ruimte van de wagen te heroveren voor de burger?

De wagen als dogma

Het antwoord is duidelijk: men raakt niet aan de wagen in een virusvrije samenleving.  Denk maar aan de salariswagen, waarvan geen enkele Belg afstand durft te nemen (niet enkel omwille van fiscale voordelen, maar ook omwille van het aanzien dat (let op: sommige!) wagens verschaffen), of aan verhitte discussies over parkeerplaatsen

In de eerste helft van de vorige eeuw maakten we de vergissing de baan te ruimen voor Koning Auto onder het mom van verkeersveiligheid. Toch werd de openbare ruimte in de negentiende eeuw juist ontworpen voor de voetganger, als remedie tegen de verspreiding van cholera en malaria maakten smalle steegjes plaats voor ruime boulevards. Hoewel de huidige pandemie opnieuw een kentering teweeg lijkt te brengen naar de herovering van de straten voor de actieve weggebruiker, blijken in België voorlopig enkel Brussel en Gent op die kar te springen.

Is de publieke ruimte wel zo publiek?

De vanzelfsprekendheid waarmee wij onze publieke ruimte volparkeren is helemaal niet logisch. Al wekenlang confronteerde elke blik uit het raam ons met de noodgedwongen stilstand van onze wagens. De straten zijn vandaag niet ei- maar “auto”-vol en de burger probeert voorzichtig langs te schuifelen om die anderhalve meter toch maar te vrijwaren. Dat is niet alleen risky business, maar ook fundamenteel oneerlijk.

De vervaging van de grens tussen publiek en privaat domein leggen we maar al te snel naast ons neer. Zonder protest betalen we met z’n allen mee voor de grote kost van het stallen van privéwagens op publiek domein.

Burgers zonder wagen die wel aanspraak willen maken op hun stukje openbare ruimte, zoals de Amsterdamse Marli Huijer, stoten al snel op veel protest. Waarom mag je je bijvoorbeeld wel een stukje Koningsstraat toeëigenen om je privéwagen te parkeren, maar geen stukje Warandepark om kippen te houden? En als je een grasmaaier koopt, bouwt de overheid dan een tuinhuis om het in te plaatsen en vraag je je buren om hieraan mee te betalen? 

Privatiseren of juist niet?

Biedt het privatiseren van parkeren dan geen uitkomst, hoor ik u al denken. De hoge parkeernormen in Vlaanderen, een halfslachtige poging om de parkeerdruk op het openbare domein te verminderen, lijken dit alvast te suggereren. De hoge kost van deze private parkeerplaatsen zorgt er echter voor dat burgers appartementen met dure parkeerplaatsen gewoon niet kunnen betalen, dat parkeergarages niet verkocht geraken of als opslagruimte dienen. Dat je als bewoner intussen (vaak) gratis op straat kan parkeren, werkt het probleem natuurlijk verder in de hand.  

Toch worden ook nieuwe verkavelingen met een beperkt aantal parkeerplaatsen op protest onthaald. De Vlaming wil wel vanuit zijn voordeur rechtstreeks de wagen instappen, maar vreest ook de parkeerdruk die zijn buurtbewoners veroorzaken. Een paradox die menig beleidsmaker al kopzorgen zal hebben bezorgd.

Minder wagens, meer ruimte, meer mobiliteit

Zijn we dan gedoemd om het bij ons huidig parkeerbeleid te laten? Blijven we bij een tussenoplossing tussen een oneerlijk verdeelde, druk bezette publieke ruimte en een overvloed aan lege, private garageboxen? Ons antwoord is een stellige neen. We kunnen de publieke én private ruimte hervormen op een manier die voor ons allen leefbaarder is.

Een deel van de oplossing komt misschien uit onverwachte hoek: die van de deelmobiliteit. Gedeelde wagens betekent minder wagens en dus ook minder nood aan parkeerplaats, zowel on- als off-street. Dit maakt het eigendoms- en gebruiksrecht van de openbare ruimte bovendien eenduidiger.

Vandaag zijn parkeerplaatsen in groten getale aanwezig om de massa aan wagens te verwerken en dienen ze voornamelijk privé-eigenaars. Een parkeerplaats voor gedeeld vervoer is er één van en voor iedereen, net als een park, een bibliotheek of een supermarkt. Gedeeld vervoer is een oplossing die alle betrokken partijen kan dienen: u, de autoloze die betaalt voor ruimte die u niet mag gebruiken; u, de overheid, die de verlieslatende business van (gratis) parkeerbeheer blijft onderhouden; en u, de automobilist, die niet meer oeverloos hoeft rond te rijden tussen rijen oververzadigde parkeerplaatsen.

Samen naar een nieuwe indeling van de publiek-private ruimte 

Laat ons niet wachten op een volgende pandemie om de schaarse en waardevolle ruimte opnieuw eerlijk te verdelen. We kunnen nu met z’n allen de reeds ingezette transitie vervolledigen, ook in het postcorona-tijdperk.

Het is aan u, inwoner van dit land, om het signaal te geven dat u ruimte nodig heeft op straat. Het is aan u om de ruimte te veroveren en te tonen dat het ook anders kan. Het is aan u om resoluut te kiezen voor een andere manier van verplaatsen in de openbare ruimte, om die leefbaar te maken voor iedereen.

En het is aan u, beleidsmaker, om – komaf te maken met absurde parkeerreguleringen en te hoge parkeernormen. Schakel om naar een mobiliteitsnorm, stimuleer het gebruik van alternatief (gedeeld) vervoer, bevrijd straten van parkeerstroken en ruim baan voor de burger. Alleen door met z’n allen in te zetten op een nieuwe indeling van onze ruimte, laten we ons niet vastzetten in een lockdown

Verover de ruimte en draagje steentje bij!

Wil jij (of jouw organisatie) een steentje bijdragen? Netwerk Duurzame Mobiliteit en haar partners richtte een brede alliantie op die plaats wil maken voor de burger en een duurzaam ruimtebeleid wil stimuleren, ook post-corona. De komende weken vragen we iedereen een signaal te geven via enkele acties om te tonen hoe het anders kan. Onze werking en onze acties kan je vinden op het platform Verover De Ruimte.  

Auteurs: Merel Vansevenant en Esther De Reys

Gepubliceerd op 18 mei 2020