Nodige coronamaatregelen treffen gedeelde mobiliteitssector

PERSBERICHT – De broodnodige maatregelen tegen het Covid-19-virus treffen de hele maatschappij. De sector van gedeelde mobiliteit blijft daarbij niet buiten schot. Dat blijkt uit een brede rondvraag van Autodelen.net en wordt ook bevestigd in een eerder artikel in De Standaard.

Zware daling ritten en inkomsten

Aanbieders van autodelen en gedeelde fietsen, scooters en steps zien sinds de quarantaine van 13 maart een daling van het aantal ritten of gereden kilometers met gemiddeld 60 tot 80%. Indien deze cijfers zich doorzetten tot na de paasvakantie verwacht de sector ook een gemiddelde daling van de inkomsten tussen de 60 en 80%. Het is niet makkelijk om een volledig zicht te krijgen op de financiële verliezen. Volgens de eerste schattingen houdt de sector rekening met meerdere 10.000 euro’s per aanbieder. Dat heeft er mede toe geleid dat bij één op de twee aanbieders van gedeelde mobiliteit een deel van het personeel tijdelijk werkloos is.

Logistieke problemen

De sector ondervindt niet alleen een serieuze daling van de vraag naar deelmobiliteit, er duiken ook logistieke problemen op. Zo ervaart meer dan de helft van de aanbieders (grote) problemen door een gewijzigde timing voor de opstart van hun diensten in een nieuwe stad of gemeente. Ook bij de toelevering van enerzijds reeds bestelde voertuigen en anderzijds overig noodzakelijk materiaal ondervinden respectievelijk 65% en 55% van de aanbieders (grote) problemen. Tot slot duiken bij het technisch onderhoud van de gedeelde voertuigen bij de helft van de sector problemen op.

Essentiële steun voor de sector

In deze ongeziene tijden is het belangrijk dat de sector vanuit de overheid op korte en lange termijn wordt ondersteund om door deze crisis te raken en verder te groeien richting een duurzaam en gezond businessmodel.

De huidige federale maatregelen zijn op korte termijn positief maar kunnen voor de sector verder uitgebreid worden met bijvoorbeeld een tijdelijke vrijstelling van btw, vennootschapsbelasting en bedrijfsvoorheffing voor de periode van de lockdown-light.

Daarnaast is de Vlaamse compensatiepremie van €3000, aangekondigd door de Vlaamse Regering op 1 april 2020, welkom maar helaas maar een druppel op de hete plaat. Een bedrag dat meegaat met de grootte van het bedrijf was beter geweest. De compensatiepremie is ook minder dan de hinderpremie, een maatregel waar de sector niet in aanmerking voor komt. Toch betekent de verplichting om niet-essentiële verplaatsingen te vermijden de facto dat deelmobiliteit vandaag (bijna) niet meer wordt gebruikt.

Op lange termijn pleit Autodelen.net voor het aanleveren van een Vlaams fonds dat voorziet in een afnamegarantie van deelmobiliteit, dit is gekoppeld aan het gebruik. Een deelvoertuig dat intensief wordt gebruikt en rendabel is, hoeft geen bijdrage uit dit fonds te krijgen. Indien het deelsysteem, bv. in landelijke gebieden, echter nog niet rendabel is, kan geld uit dit fonds gebruikt worden om de kosten van de aanbieder te dekken. In economisch barre tijden betekent dit ook een vaste inkomstenbron voor de sector. Dit past perfect binnen het nieuwe decreet basisbereikbaarheid, waar deelmobiliteit een belangrijke vorm van vervoer op maat zal worden.

Vervolgens is een btw-verlaging naar 6% (net als bij taxi’s, fietsdelen en openbaar vervoer) wenselijk. Extra investeringen in laadinfrastructuur zou de sector ook zeker vooruit helpen. Tot slot zijn wij ook voorstander van het herinvoeren van de zero-emissiepremie exclusief voor gedeelde mobiliteit, een uitstel voor de premie-aanvraag voor 2020 en het opnemen van steunmaatregelen in het toekomstig Vlaams kwaliteitskader voor gedeelde mobiliteit.

Enkel op deze manier geloven we erin dat de sector deze recessie zal overleven, iets wat noodzakelijk is om de vooropgestelde modal shift te behalen. Net als openbaar vervoer is gedeelde mobiliteit een essentieel mobiliteitsaanbod dat in deze tijden beschermd dient te worden door onze diverse overheden.

Gedragsverandering bij de gebruiker

Het COVID-19 virus zorgt op dit moment voor een enorme gedragsverandering bij de gebruiker. De kans bestaat dat door het virus ook op langere termijn een gedragsverandering zal plaatsvinden.

Op korte termijn zien we, zoals de cijfers hierboven aantonen, een enorme daling van het gebruik van deelvoertuigen. De belangrijkste oorzaak daarvoor is dat de mobiliteitsbehoefte in België momenteel zeer laag is, wat zich vertaalt in de cijfers bij autodelen, fietsdelen en stepdelen. Smetvrees speelt ook een rol in de daling. Door COVID-19 zijn mensen minder geneigd om voorwerpen te gebruiken die door anderen zijn aangeraakt. Desondanks zie je in diverse wereldsteden dat COVID-19 een boost betekent voor fiets- en stepdelen. Mensen zonder een eigen fiets nemen momenteel liever een deelfiets of -step dan het openbaar vervoer.

Op lange termijn verwachten experts zowel een bedreiging als opportuniteiten voor de sector. Smetvrees is iets dat niet opeens zal verdwijnen en is een belangrijk aspect om blijvend mee rekening te houden. Privé autobezit zou op die manier opnieuw aantrekkelijker worden omdat dit wordt geassocieerd met minder sociaal contact. Toch biedt de crisis ook een gigantische opportuniteit. Door het stilvallen van het verplaatsingspatroon, verplicht telewerken, het herwaarderen van de eigen buurt en de positieve impact op milieu is de kans reëel dat een deel van de maatschappij haar gedrag zal wijzigen na de crisis. Het is aan de sector om hierop in te spelen.

Gepubliceerd op donderdag 2 april 2020