Waarom autodelen via een coöperatie? Een onderzoek naar de motieven

Waarom treden mensen toe tot autodelen via een coöperatie? Welke coöperatieve vorm is het meest succesvol en waarom? Onderzoekers van de UGent voerden onderzoek naar de motieven van burgers om in de toekomst coöperatieve vormen van autodelen te gebruiken.  We bespreken hieronder kort de belangrijkste resultaten.

Hoewel de deeleconomie aan populariteit wint, blijft het een uitdaging om het aantal gebruikers van deelinitiatieven te doen toenemen. Het is daarom belangrijk te weten welke organisatievormen (open of gesloten) werken en dus meer gebruikers aantrekken, en welke niet. 

Professoren Saskia Crucke en Hendrik Slabbinck bestudeerden de gebruikersmotieven om te autodelen via een coöperatie.  De respondenten kregen een reeks fictieve autodeelorganisaties voorgeschoteld met telkens wisselende kenmerken.  Zo konden de onderzoekers nagaan welke vormen van coöperatieve autodeelsystemen het meest aantrekkelijk zijn en waarom.

Belangrijkste resultaten

We zien dat potentiële gebruikers van coöperatieve autodeelplatformen een voorkeur hebben voor eerder grote open platformen waartoe iedereen kan toetreden (Behavioral Intentions). Een verklaring hiervoor is dat potentiële gebruikers het delen van een auto via een coöperatief autodeelplatform als een commerciële transactie zien. Met buren, vrienden en familie gaat men mogelijks liever geen commerciële transactie aan.

De resultaten tonen ook aan dat potentiële gebruikers meer vertrouwen (Trust) hebben in grote, open coöperatieve deelplatformen en dat er minder vrees is dat er geen auto zal beschikbaar zijn als men er één nodig heeft (Perceived Scarcity Risk)Open platformen worden ook extra aantrekkelijk wanneer ze een duidelijke sociale en/of ecologische missie hebben (Community Footprint).

Bij kleine, gesloten coöperatieve platformen zien we dat deze niet per se aantrekkelijker worden als ze een commerciële missie of sociale/ecologische missie naar voor schuiven.

Het volledige onderzoek

Je kan het volledige onderzoek online lezen of je kan het downloaden.

Gepubliceerd op dinsdag 3 juli 2020