Heeft iedereen recht op 8m2 publieke ruimte voor zichzelf?

15/06/2022

Consternatie toen ik gisterochtend door mijn raam keek. Aan de kant van de straat stond een soort grote kast met nummerslot. “Heb je ‘t al gezien?” vroeg mijn buurman me meteen bij het buitenkomen. Alsof ik ernaast had kunnen kijken. Het immense meubel bezette ongeveer een hele parkeerplaats vlak voor mijn raam. “Het is van de nieuwe eigenaars van het huis recht tegenover” wist de buur te vertellen. “In huis hebben zij geen plaats voor een dressing en dus wat doen ze? Ze plaatsen hun kleerkast gewoon op straat. Wat vind jij? Ik vind dat toch wat gek.” Tja, mijn buur en ik kijken anders naar veel dingen des levens maar in deze kon ik hem geen ongelijk geven. Het was op z’n minst merkwaardig. “Ja, heel gek” zei ik. “Ik snap dat ze geen groter huis kunnen betalen maar de straat is natuurlijk niet van hen.” 

Publiek botst met privé

Deze knotsgekke anekdote is natuurlijk verzonnen. Dat had je wellicht meteen door? Je kan je moeilijk inbeelden dat iemand zich een stuk van de straat zou toeëigenen om zijn eigen spullen op te bewaren? En toch … Eigenlijk gebeurt het elke dag. Zelfs massaal. Want dagelijks stallen héél veel Belgen hun privéwagen op straat in steden en dorpscentra. En veel van die wagens staan daar 95% van de tijd. Het voorbeeld van de kast toont dat we allemaal aanvoelen dat de straat van iedereen is. Privatisering van de straat pikken we niet. Maar ondertussen zijn we gewoon geworden de straat te gebruiken als permanente opslagplaats voor de 8 m2 privébezit die onze auto heet. Voor hoelang nog? Het openbare karakter van de straat botst steeds vaker met het particuliere karakter van onze autovloot. De hoge huizenprijzen maken dat garages steeds vaker gebruikt worden als opslagruimte. Veel garage-eigenaars parkeren hun auto dus op straat. Dat leidt tot frustraties bij mensen zonder (en met) garage. De komst van elektrische auto’s zal dat conflict tussen particulier en publiek nog vergroten. Parkeerplaatsen zullen in de toekomst uitgerust moeten worden met laadpalen die beschikbaar moeten zijn voor iedereen. Hoe beletten we dat de plek aan de publieke laadpaal bezet gehouden wordt door altijd dezelfde particuliere wagen? Ook de klimaatcrisis stelt het conflict op scherp. Want elk stuk straat dat bezet is door geparkeerd metaal, kan niet onthard en vergroend worden. Zo blijven onze straten hitte-eilanden waar water niet kan insijpelen in de bodem.

 

Parkeerplaatsen zullen in de toekomst uitgerust moeten worden met laadpalen die beschikbaar moeten zijn voor iedereen. Hoe beletten we dat de plek aan de publieke laadpaal bezet gehouden wordt door altijd dezelfde particuliere wagen?

Gemeentebesturen doen niet genoeg

Voorlopig doen gemeentebesturen weinig om het publiek belang in deze kwestie te bewakende meeste hanteren een hoge parkeernorm bij nieuwbouwprojecten maar anderzijds maken ze het de autobezitters heel gemakkelijk om op straat te parkeren. Bewonersparkeren is goedkoop of zelfs gratis waardoor de verplichte parkeerplaatsen bij nieuwbouw niet verkocht geraken (zie DS 04/06/2021) en waardoor de parkeerdruk in de buurt alleen maar groter wordt. Bovendien verkopen gemeenten geregeld meer bewonersparkeerkaarten dan er auto’s kunnen staan in een bepaalde wijk. Alsof een bioskoop meer tickets zou verkopen dan er zetels zijn in haar zalen. Het enige dat sommige gemeenten kunnen bedenken, is hun inwoners op te roepen om hun particuliere wagen in hun garage te stallen (zie  DS 10/06/2022).

Tijd voor gedurfde keuzes!

Ze times they are a-changing! In plaats van op zoek te gaan naar plaats voor een groeiende particuliere vloot, moeten de lokale overheden het stuur omgooien: de openbare ruimte in stads- en dorpscentra teruggeven aan de gemeenschap en er groene plekken van maken waar regenwater kan doordringen. Of fietspaden aanleggen, stoepen verbreden…

autodelen parkeren

uitbreiden en verbeteren

Dat kan niet zolang particuliere auto’s de standaard blijven. Veel gemeenten geven al een beetje steun aan autodelen maar de komende jaren moeten deelwagens de nieuwe norm worden. Meer en gedurfde maatregelen zijn nodig: minder en duurderde bewonersparkeerkaarten, niet meer parkeerkaarten uitreiken dan en er plaatsen zijn en een andere parkeernorm: ipv parkeerruimte bij nieuwbouw te verplichten, kan je deelwagens verplicht maken bij grote nieuwbouwprojecten. Een aandeel in de deelwagen wordt daarbij een onderdeel van de verkoopsakte. Natuurlijk moeten gemeenten hun fiets- en voetgangersvoorzieningen sterk uitbreiden en verbeteren. Deelbakfietsen voor vervoer van kinderen en koopwaar horen daarbij. En misschien het belangrijkste: geleidelijk aan het aantal parkeerplaatsen voor particuliere wagens afbouwen ten voordele van deelwagens. Als de privé kleerkast van mijn overbuur niet thuishoort in de openbare ruimte, waarom zijn auto dan wel?


Hebben de schrijvers van dit opiniestuk hun verstand verloren? Neen, er zijn vandaag al moedige gemeentebesturen. In Gent en Mechelen daalt het autobezit dankzij een gedurfde en duidelijke visie. Mechelen verhoogt het aanbod van deelwagens in snel tempo. In Gent verdwenen de laatste jaren ruim zesduizend parkeerplaatsen voor privéwagens ten voordele van fietsstalplaatsen en autodeelplaatsen. Beide steden geven ook het voorbeeld op vlak van permanente en massale communicatie. De straat kan zo eindelijk weer een gedeelde plek worden voor ontmoeting, zachte verplaatsing en groen.

Deze opinie vloeit voort uit de pennen van Piet Van Meerbeek (www.avansa-oostbrabant.be) en Jeffrey Matthijs van autodelen.net.