Vijf voorwaarden om duurzame mobiliteit succesvol te integreren in een woonomgeving

Auteur: Esther De Reys

Gepubliceerd op 25 oktober 2021

Recent onderzoek uit Bremen heeft het duidelijk gemaakt: de integratie van duurzame mobiliteit in de woonomgeving heeft een positieve impact op het autobezit en -gebruik van bewoners. Ten minste, als je het goed aanpakt. Hieronder lees je wat de vijf “essentials” om duurzame mobiliteit succesvol te maken in de woonomgeving.

Bremen doet het al…

Inzetten op duurzame mobiliteit in de woonomgeving is logisch: we brengen duurzame alternatieven letterlijk tot bij de mensen thuis. Het is een concept dat in Bremen al sinds 2013 wordt toegepast. Daar kunnen projectontwikkelaars afwijken van de parkeernorm als ze in plaats daarvan duurzame mobiliteitsalternatieven voorzien. Deze regel is opgenomen in de lokale parkeerwetgeving.

Projectontwikkelaars kunnen:

  • OF de parkeernorm volgen en de verplichte parkeerplaatsen bouwen
  • OF afwijken van de parkeernorm en een financiële compensatie betalen aan de stad voor de parkeerplaatsen die niet gebouwd worden
  • OF de bovengenoemde financiële compensatie gebruiken om duurzame mobiliteit te integreren in het bouwproject

Onder duurzame mobiliteit verstaan we diverse modi zoals deelmobiliteit én openbaar vervoer. De projectontwikkelaars kunnen daarbij deelwagens, deelfietsen en abonnementen voor het openbaar vervoer aanbieden aan de toekomstige bewoners. De integratie van duurzame en gedeelde mobiliteit is daarbij een echte win-win-win-situatie voor alle stakeholders. 

De vijf gouden regels

De integratie van duurzame mobiliteit in de woonomgeving zorgt voor een vermindering van autobezit en -gebruik. Natuurlijk moet je de integratie van duurzame mobiliteit goed aanpakken om dit succes te kunnen verzilveren. Hiervoor zijn vijf zaken essentieel.

Stel je inwoners op de hoogte

De voorbeelden uit Bremen tonen een frappant verschil aan. In woonomgevingen waar de bewoners goed op de hoogte waren van het aanbod aan duurzame mobiliteitsconcepten, was het aandeel bewoners zonder auto (44%) significant hoger dan in woonomgevingen waar er weinig of niet over gecommuniceerd werd (30%). Het is dus erg belangrijk dat de bewoners voldoende informatie krijgen over de duurzame mobiliteitsconcepten in hun woonomgeving.

  • Communiceer vóór bewoners hun nieuwe woonst betrekken. De integratie van duurzame mobiliteit kan als een extra verkoopargument werken en zorgt ervoor dat toekomstige bewoners zich hierop kunnen voorbereiden (bv. door hun eigen wagen weg te doen vóór ze verhuizen). 
  • Informeer bewoners ook nádat ze ingetrokken zijn. Permanente communicatie zorgt ervoor dat bewoners steeds weten welke opties er voorhanden zijn en hoe ze daar gebruik van kunnen maken. Een ‘gebruikershandleiding’ voor de verschillende mobiliteitsopties is dus erg aan te raden: weten hoe iets werkt verhoogt namelijk het gebruik. 
  • Installeer een centraal aanspreekpunt, dat via verschillende on- en offline kanalen informatie kan verspreiden over de duurzame mobiliteitsopties. Zo zit alle informatie over duurzame mobiliteit verzameld op één plaats. Dit aanspreekpunt kan bewoners informeren over de beschikbaarheid en het gebruik van de mobiliteitsopties in de buurt én kan de bewoners laten weten welke alternatieven er zijn wanneer er iets misloopt met de mobiliteitsopties. Bijvoorbeeld: wanneer de beloofde elektrische deelwagen niet tijdig geïmplementeerd kan worden, kan het centrale aanspreekpunt wijzen op alternatieven (bv. het openbaar vervoer of een deelbakfiets), als die voorhanden zijn. 

Ondersteun je projectontwikkelaars

De communicatie naar bewoners toe is een gedeelde verantwoordelijkheid van lokale overheden en projectontwikkelaars, die samen investeren in duurzame mobiliteit in de woonomgeving. Verder is het de taak van lokale overheden dat projectontwikkelaars zelf goed op de hoogte zijn van welke duurzame vervoersopties er in de regio voorhanden zijn. Een centraal aanspreekpunt is daarom niet enkel relevant voor bewoners, maar ook voor projectontwikkelaars zelf. De gemeente kan hen zo een duidelijk overzicht verschaffen waarin alle duurzame mobiliteitsopties gedefinieerd zijn. Gebeurt dat niet, dan bestaat het gevaar dat er steeds voor dezelfde mobiliteitsopties gekozen wordt. In Bremen kiezen projectontwikkelaars bijvoorbeeld vaak voor de integratie van (elektrische) deelwagens, terwijl deelbakfietsen in sommige gevallen een even goed alternatief voor de wagen kunnen bieden.

Goed openbaar vervoer is essentieel

Ook in België kiezen projectontwikkelaars snel voor autodelen om een afwijking op de parkeernorm te bekomen. Hoewel het een feit is dat de introductie van deelwagens voor een verminderde parkeerbehoefte zorgt, is autodelen slechts één schakel in een geheel aan duurzame mobiliteitsopties. Het onderzoek van Bremen toont aan dat openbaar vervoer nog steeds de hoeksteen van duurzaam vervoer blijft: met dit vervoermiddel worden de meeste dagelijkse verplaatsingen gemaakt. Zowel in de controlegroep (46%) als in de gebruikersgroep (56%) heeft ongeveer de helft van de bewoners een abonnement voor het openbaar vervoer, wat het belang ervan aantoont. Zonder een goed openbaar vervoerssysteem zullen andere duurzame mobiliteitsconcepten (zoals auto- en fietsdelen) minder gemakkelijk ingang vinden.

Deelmobiliteit als essentiële aanvulling op het openbaar vervoer

De deelwagen vult het openbaar vervoer aan voor minder frequente verplaatsingen, bijvoorbeeld om grote voorwerpen te transporteren of om met meerdere personen op stap te gaan. Een (deel)bakfiets kan dezelfde functie opnemen. De combinatie van openbaar vervoer en deelmobiliteit is essentieel om wagenbezit te reduceren, omdat ze bewoners voorzien van complementaire vervoersopties voor verschillende types verplaatsingen. Daarbovenop krijgt autodelen een extra belangrijke rol toebedeeld daar waar openbaar vervoer minder goed ontsloten is. Het is dus aan te raden om in te zetten op een combinatie van verschillende duurzame vervoeropties om zo een effectieve verandering in verplaatsingsgedrag teweeg te brengen.

Monitor het plaatsen en het gebruik van mobiliteitsopties

In sommige Breemse voorbeelden bleek dat mobiliteitsalternatieven niet meteen werden voorzien als beloofd. Dat zorgde ervoor dat bepaalde bewoners spijt hadden van hun verhuis naar hun nieuwe woonst of de verkoop van hun wagen uitstelden omdat er geen alternatieven waren. Het is belangrijk dat de lokale overheid monitort en handhaaft dat de beloofde mobiliteitsalternatieven er effectief komen. Loopt de integratie vertraging op of ontstaan er problemen, kies dan voor the next best thing.

Bijvoorbeeld: is er een elektrische deelwagen beloofd, kies dan voor een deelwagen met een verbrandingsmotor als de eerste optie niet (onmiddellijk) haalbaar blijkt, eerder dan een financiële compensatie. Op die manier creëer je toch een wezenlijke impact. 

Investeren is impact genereren

Een verandering in mobiliteitsgedrag gebeurt niet van vandaag op morgen. Een geïntegreerde, wijkgerichte, maar ook langdurige aanpak is essentieel om wél verandering teweeg te brengen. De investeringskost in een mobiliteitsoptie staat meestal in verhouding met de levensduur. Een gratis abonnement voor openbaar vervoer een relatief lage investeringskost heeft, maar ook een relatief lage levensduur. Een Breems voorbeeld toont dit aan: wanneer een abonnement voor drie jaar gratis wordt aangeboden en vervolgens verdwijnt, stappen de bewoners snel terug in hun privéwagen. De investeringskost van een deelwagen (met aanleg van parkeerplaats, de kost van de wagen, communicatie en abonnement) ligt veel hoger, maar heeft ook een hogere impact op lange termijn. Een goede integratie van een deelwagen (met gerichte communicatie en een goede wisselwerking met het openbaar vervoer) zorgt ervoor dat het autobezit en -gebruik drastisch daalt. Dit maakt de investering op lange termijn waardevoller dan enkel het aanbod van een gratis abonnement voor openbaar vervoer. 

 

De integratie van duurzame en gedeelde mobiliteit begint en eindigt niet bij de perceelgrens van een woonproject, maar verdient een wijkgerichte en geïntegreerde  aanpak. Het is de taak van lokale overheden om bij de planning van een wijk (en dus bij de opmaak van ruimtelijke beleids- en uitvoeringsplannen) te weten hoe en welke vormen van duurzame mobiliteit hun plaats hebben in de regio en hoe ze met elkaar interageren. De duurzame mobiliteitsopties binnen een woonproject gaan vanzelfsprekend een wisselwerking aan met mobiliteitsopties daarbuiten. 

Stel jezelf de vraag: Zijn er al vormen van autodelen courant in de regio? Welke vormen van openbaar vervoer bevinden zich in de wijk? Welke investeringsplannen heeft de gemeente verder nog in de wijk op vlak van huisvesting en mobiliteit? Het is niet de bedoeling de verantwoordelijkheden naar de projectontwikkelaar door te schuiven die voor elk nieuw project een nieuwe onderhandelingsfase moet opstarten met aanbieders van duurzame mobiliteit. Een duidelijk plan en coördinatie vanuit de lokale overheid is essentieel.

Schaf gratis parkeren af

Een lokale overheid die een duurzaam mobiliteitsplan heeft, heeft best ook een duurzaam parkeerplan. Het aanbieden van te veel (gratis) parkeerplaatsen op het openbaar domein fnuikt namelijk het succes van duurzame mobiliteit in een wijk. De Breemse projectontwikkelaars geven zelf aan dat het onrealistisch is een hoge parkeernorm te hanteren en de kost van dure (ondergrondse) parkeerplaatsen af te wentelen op toekomstige bewoners wanneer die gratis op het openbaar domein konden parkeren. Je koopt geen parkeerplaats als je gratis op straat kan parkeren en evenmin betaal je voor een deelwagen als je je eigen wagen gratis voor de deur kan zetten. Schaf (gratis) parkeren af in het openbaar domein en creëer meer plaats voor wandelaars en fietsers. Op die manier stimuleer je duurzaam vervoer en raad je privéwagenbezit af.

Reduceer bewoners- én bezoekersplaatsen

De legale afwijking op de parkeernorm via de integratie van duurzame mobiliteitsconcepten in Bremen maakt dat het aantal privéparkeerplaatsen alvast gereduceerd wordt. Hierbij is het belangrijk dat de norm voor bezoekersparkeerplaatsen gelijkgetrokken wordt met de norm voor bewonersplaatsen. In Bremen werd voor sommige projecten de reductie van bewonersparkeerplaatsen toegestaan wanneer die gecompenseerd zou worden door een toename van bezoekersparkeerplaatsen. In dat geval blijft het aantal parkeerplaatsen natuurlijk gelijk en kan een verandering in mobiliteitsgedrag niet plaatsvinden. Door alle types parkeerplaatsen gelijk te trekken (voor bewoners en bezoekers, op privé- en openbaar terrein) kan er op termijn een kwalitatieve openbare ruimte gecreëerd worden voor iedereen.

Lees hier hoe je een gedifferentieerd parkeerbeleid voert voor deelwagens.